Boer Boris-illustrator Philip Hopman

‘De serie is een nalatenschap voor mijn kinderen’

‘Boer Boris heeft een boerderij. Daar hoort 1 grote tractor bij. Daar rijdt hij mee over zijn land en maakt er sporen mee in het ’t zand.’ Zo begon 8 jaar geleden het eerste deel van Boer Boris, de succesvolle kinderboeken-serie van schrijver Ted van Lieshout en illustrator Philip Hopman. Dertien delen later is de eeuwig jonge Boer Boris in veel gezinnen niet meer weg te denken!

Buiten klettert de regen tegen de ramen. Maar in de voormalige bollenschuur in het Noord-Hollandse Egmond aan den Hoef, waar Philip Hopman (59) zijn werkruimte heeft, brandt de houtkachel. Hier beleefde Philip zijn jeugd.

“Mijn vader had hier een bollenbedrijf,” vertelt hij aan de keukentafel. “Vanaf mijn tweede jaar heb ik hier gewoond. We hadden daarnaast Texelse schapen, duiven, geiten, katten én windhonden om konijnen mee te vangen.”

Op zijn 18e verruilde Philip het Noord-Hollandse platteland voor de stad. Dertig jaar woonde hij in Amsterdam. Maar in 2006 verhuisde hij, samen met partner Noud, terug naar zijn ouderlijk huis. Om daar, zoals hij het zelf noemt, ‘salonboer’ te worden, met een flinke schare aan (klein)vee rond het huis.

Salonboer

Philip: “We hebben twee Fjordenpaarden, vier Barnevelder kippen, een volière met diamantduiven en kanaries. Én zes Ouessantjes. Hele gezellige schaapjes! Noud spint tegenwoordig de wol en breit ermee. We zitten nu zonder hond. De vorige werd 16. Ik wil heel graag weer een whippet. Katten hebben we niet. Ja, af en toe komt de kat van de buurvrouw langs. Maar die vangt vogels! En ik zorg juist heel goed voor de vogels. Laatst zag ik ‘m met een gele kwikstaart..”

Voor Philip is het buitenleven onontbeerlijk. “Ik vind het een heel leuk begin van de dag; de dieren eten geven, stront scheppen.. Weer of geen weer, je bent tóch buiten. Dat heb ik nodig. Mijn werk is al de hele dag binnen.”

Op het terrein bevindt zich ook een poel, waar Philip en Noud gretig gebruik van maken. “Elke dag spring ik erin. Of, vaak op zondag, even in de zee. Die ligt hier vlak achter. Ik kan wel eens somber zijn of worden. Daar is het ook heel goed voor!”

De Fjorden dienen zeker niet alleen als veredelde grasmaaiers. Regelmatig nemen de heren hen mee uit rijden. “Altijd buiten. En alle seizoenen. Ik zie de natuur dan veranderen. Nu verkleurt weer alles.”

Inspiratie genoeg dus bij Philip om het huis om te vertalen in de boekjes over Boer Boris. De gebeurtenissen liggen soms letterlijk voor het oprapen.

“Voor Boer Boris heeft het heet bijvoorbeeld; de schapen waren hier toen nog niet geschoren, de kippen lagen in het zand en wij zaten ook te puffen. Of als er gemaaid moet worden; dan komt de loonwerker met zo’n grote machine. Daar maak ik dan foto’s van. Dat is het leuke van hier wonen!”

Van Lieshout en Hopman zijn intussen een geolied Boer Boris-team. Meestal ontspruiten de ideeën uit de fantasie van de schrijver, soms komt Philip met een voorzet. Maar eigenlijk is de échte geestelijk vader van de serie Philip’s oudste zoon die, inderdaad, de naam Boris draagt!

Boris, Berend en Sam

Boris is intussen een puber van 14 met andere interesses. Maar als klein mannetje was hij idolaat van de boerderij.

Philip: “Hij was altijd gek op tractors. En er rijden hier enorme rond! Als we hooi gingen halen, mocht hij bij de boer mee op de trekker om een hooipak op te halen. Dat vond hij geweldig!”

“Op een keer vroeg Noud hem wat hij wilde worden. ‘Boer!’, riep hij meteen. Van zijn moeders had hij al van die rode brandweerlaarsjes gekregen en van ons een blauw overalletje.. Ik zag hem staan en dacht: ‘Ik moet hier een boekje over maken!’”

Zo gezegd zo gedaan. Samen met Ted toog Philip naar Uitgeverij Gottmer. En een succesvolle kinderboekenserie was geboren!

“Ik had hier zo’n speelgoed vintage trekkertje,” vervolgt Philip. “Zo’n trekkertje moest Boer Boris krijgen. Maar ik tekende dat eerst veel te klein. En later, doordat de kinderen groter werden, tekende ik hen onwillekeurig veel te groot. Moest ik weer opnieuw beginnen.”

Want naast Boris kregen ook middelste zoon Berend (12) en dochter Sam (10) een rol in de boeken. En ook zij werden gebaseerd op hun levende evenbeelden.

Philip: “De échte Boris kan net zo knijpen met zijn ogen als Boer Boris, Berend heeft net zo’n houterige manier van rennen als de Berend in de boeken en Sam liep heel lang écht met een tand eruit, nadat ze met de fiets was gevallen. Maar ze worden nu steeds meer boekfiguren.”

Met zijn drieën runnen Boris, Berend en Sam in de serie een complete boerderij. Feitelijk kinderen, die als volwassenen leven en nooit ouder worden. Opvoeders zijn nergens te bekennen. Er is wel een Oma, maar dat is een taartenfabriek. “Het is wat het is,” zegt Philip droog. Het is zoals dat alleen kan bestaan in een kinderboek.

Ook de dieren op de boerderij vinden hun oorsprong in de dieren op de hobbyboerderij van Philip en Noud.

“Onze oude Fjord Jannie is begin dit jaar overleden. Zij stond model voor Knol in Boer Boris; zo’n net wat boller paard. En voordat we Barnvevelders hadden, hadden we Noord-Hollandse blauwe kippen. Vandaar dat de kippen in Boer Boris blauw zijn.”

Nalatenschap

“Momenteel doe ik eigenlijk alleen nog dingen die met Boris Boris te maken hebben. Hij moet bij alle gezindten bekend worden,” grijnst de tekenaar.

Gisteren nog, waren hij en Ted te gast in een boekwinkel, om daar, in het kader van de Kinderboekenweek, voor te lezen.

“De samenwerking met Ted is heel erg leuk! We willen Boer Boris graag verder uitbouwen. Er zijn plannen voor televisie en film en er wordt een toneelproductie gemaakt. We zijn nu bezig met het 14e deel. Daarin gaat Boer Boris naar de stad om een taart te halen voor het jarige paard. Er liggen nog heel veel verhalen op de plank. Dan zitten we zo al op 20 delen!”

Het tekenen van het olijke kleine boertje en diens avonturen verveelt Philip nooit. “Het is elke keer weer een uitdaging. In Boer Boris in de sneeuw had Ted twee pagina’s lang een verhandeling over de kleur wit. Hoe verbeeld je dat? Of zoals bij de laatste, Boer Boris heeft het heet; hoe verbeeld je hitte?”

Het liefst tekent Philip trouwens de kippen en de varkens. “Die zijn heel leuk om te tekenen. Die kan ik heel veel laten doen. De koeien en het paard blijven veel meer paard en koe. Laatst vroeg de buurvrouw waarom er geen geit in Boer Boris zat. Maar dat vind ik rotbeesten. Die slopen álles. Maar er kwam ook al eens een olifant langs. Dus wie weet!”

Philip’s kinderen vinden het bijzonder dat ze in de serie zijn vereeuwigd, maar hebben minder met de boerderij dan voorheen. “Boer Boris is een nalatenschap voor hen. Ze vinden het nog steeds leuk. Al is Boris er altijd heel timide over.”

En Philip zelf? Heeft hij zichzelf ook ergens verstopt in de serie? “Ja, in Boer Boris gaat naar Oma zitten Ted en ik in de trein. En het varken uit deel 1 dat in de modder rolt; dat ben ik!”, lacht hij.