De zuiverende werking van paardenmelk

‘Een paard melk je niet, ze gunt je de melk’

Drie keer per dag gaat Arjan Sand van box naar box om zijn Haflingermerries te melken. Van een geautomatiseerde melkstal met robot is geen sprake. Vrijwel alles gaat hier nog handmatig. Het maakt de paardenmelk, samen met de helende werking ervan voor de menselijke gezondheid, tot een ware specialiteit. Boerenvee ging langs bij de paardenmelkerij van de familie Sand in het Overijsselse Harbrinkhoek en maakte kennis met een stal vol ‘edele melkbrengsters’ en hun melk.

Vader Johan Sand (71) was in 1989 de eerste boer in Nederland die besloot zijn Haflingermerries te gaan melken. Destijds was het bedrijf van de familie Sand een gemengd bedrijf, met melkkoeien, varkens en enkele Haflingers waar Johan hobbymatig mee fokte.

“We gingen naar Duitsland om naar een Haflinger dekhengst te kijken,” herinnert Johan zich. “Toen we daar aankwamen, waren ze een merrie aan het melken.” Na enig aandringen, mocht de familie zien hoe dat ging. “Het was hun bedrijfsgeheim. Die melk bracht daar 25 DMark per liter op. Heel veel geld! Ik dacht dat ga ik thuis ook proberen.”

Pionieren

Dat bleek wat makkelijk gedacht. Hoewel de merries zich verrassend makkelijk lieten melken, liepen de zaken aanvankelijk slecht.

Johan: “Ik had al snel 18 diepvriezers vol met kwartjes melk, maar verkocht niets. Naar vloeibare paardenmelk was geen vraag.”

Johan besloot om advies in te winnen. “Bij Nutricia. Want die hebben veel verstand van melk.” Een welwillende medewerker aldaar voorzag Johan een jaar lang van waardevol gratis advies en leerde hem onder meer hoe hij de melk door middel van een sproeidroogsysteem kon bewaren.

“We moesten het wiel helemaal opnieuw uitvinden: het melken zelf, het bewaren, de verpakking en het verkopen. De productie was in het begin minimaal; de melk van vijf merries paste in een bierglas.” Ook met de postzendingen ging er regelmatig wat mis. “Dan ging de doos kapot en kwam de boel ontdooid en bedorven retour.” Tegenwoordig gaat dat, mede doordat de melk in poedervorm wordt verkocht, zonder problemen.

Moeder Sand had in het begin weinig vertrouwen in de nieuwbakken melkerij van haar man. Maar Johan zette door en breidde uit. Uiteindelijk verdwenen de koeien en de varkens van het erf en richtte de familie zich volledig op de paardenmelkerij.  

De praktijk

Vandaag de dag staan er op het bedrijf van de familie Sand zo’n 80 Haflingers. “Van jong tot oud. Plus twee goedgekeurde Haflinger dekhengsten.” Arjan (37), die het pionieren van zijn vader van dichtbij meemaakte, klinkt trots wanneer hij over de dieren praat. “Op dit moment kunnen we 32 merries melken. Onze maximale melkcapaciteit.”

Om die melk te produceren is het natuurlijk noodzakelijk dat de merries een veulen krijgen. Maar een bijproduct zijn de veulens allerminst voor de familie Sand. Moeder en kind krijgen op het bedrijf een ware VIP-behandeling!

“Na de geboorte blijft het veulen zes tot acht weken bij de moeder. Alle melk is dan dus voor het veulen. Met zes á acht weken eten ze al wat gras en biks mee en zijn ze wat zelfstandiger. Dan worden ze ’s ochtends vroeg, voorafgaande aan de eerste melkbeurt, op stal gescheiden van de moeder en gaan ze overdag naar de crêche,” lacht Arjan.

De merrie, die op stal voor de rust altijd dezelfde buurvrouw heeft, wordt vanaf dat moment drie keer per dag gemolken. Arjan: “Tussen elf en twaalf uur ’s ochtends, rond vier uur ’s middags en ’s avonds tussen zeven en acht nog een keer. Gedurende het hoogseizoen geeft een merrie zo’n vijf liter per dag.”

“De uierinhoud van een merrie is maar klein. Daarom moeten we wel drie keer per dag melken om genoeg opbrengst te krijgen,” vult Johan zijn zoon aan.

Het melken gebeurt handmatig, merrie voor merrie. De familie Sand is zodoende wel even bezig voordat alle dieren gemolken zijn.  

Na de laatste melkbeurt worden de merries en veulens herenigd en gaat het hele stel de wei weer op. ’s Nachts is alle melk dus weer voor het veulen – dat overigens geenszins tekort komt, want gemiddeld geeft de merrie haar veulen ‘s nachts nog altijd drie keer zoveel melk dan overdag aan de mens! Johan verwoordt het prachtig: “Een paard melk je niet, ze gunt jou haar melk. Ze laat het schieten, laat het los. Maar ze draait net zo makkelijk de kraan weer dicht.”

Na een maand of zeven á acht geeft de merrie geen melk meer. Dat is het moment om het veulen af te spenen. “De merrie zegt eigenlijk tegen het veulen dat het groot genoeg is en zet zichzelf droog. Wanneer de merrie opnieuw drachtig is, is de liefde tussen moeder en kind ook aanzienlijk minder,” aldus Arjan.

Voor de Sand-merries begint daarna het luxe leven. “Bij ons gaan ze voor een half jaar het land op en leiden daar een luizenleventje.”

Een paardenmiddel

Hoewel de werking van paardenmelk nooit medisch is bewezen, mogen we het met recht een paardenmiddel noemen. Steeds meer mensen, waaronder artsen en topsporters, ontdekken en erkennen de gezonde werking van paardenmelk.

Paardenmelk lijkt voor 85% op humane melk. Het menselijk lichaam verdraagt de melk daardoor uitstekend. Hoogstwaarschijnlijk doordat merriemelk eveneens geproduceerd wordt in een lichaam met één maag, net als moedermelk bij de mens. Dit in tegenstelling tot melk van herkauwers (die vier magen hebben).  

“Paardenmelk werkt als reiniging voor het lichaam. Het bloed wordt erdoor opgeschoond. Het is de meest natuurlijke doping die er bestaat.” Johan weet het al decennialang heel zeker. De familie Sand heeft door de jaren heen ontelbaar veel voorbeelden voorbij zien die de helende werking van de paardenmelk deden blijken.

Met paardenmelk kan onder meer het immuunsysteem worden verbeterd en het kan gunstig uitwerken bij klachten als eczeem, psoriasis en andere huidproblemen – bijvoorbeeld als gevolg van de processierups. Daarnaast heeft het een uiterst positief effect op de darmflora en de stoelgang en werkt het verlichtend bij mensen met longproblemen, zoals COPD en kinkhoest (koemelk zorgt voor slijmvorming, terwijl paardenmelk die juist oplost).

Feitelijk is de lijst eindeloos. “Pa noemt de merries niet voor niets edele melkbrengsters,” zegt Arjan.

Fokkerij

Mits gezond en fit, blijven de merries hun leven lang op de melkerij. Nieuwe aanwas heeft het bedrijf maar minimaal nodig.

Maar om te kunnen melken moet de familie Sand fokken. Een deel van de veulens blijft op het bedrijf en gaat de eigen opfok in. Een ander deel wordt verkocht. Vrijwel automatisch speelt de familie Sand, onder de stalnaam Van de Lohöfte, daardoor een behoorlijke rol binnen de Haflingerfokkerij.

Johan: “Dit ras past heel goed op de melkerij. Haflingers zijn koudbloeden en redelijk rustig. De paarden moeten wel stil kunnen staan tijdens het melken. Deze vinden alles best.”

Het karakter en de beweging van de dieren zullen een van de belangrijkste aandachtspunten voor de familie Sand blijven. Maar om een rol van betekenis te kunnen spelen binnen de fokkerij, heeft Sand geen andere keus dan mee te gaan in de ontwikkelingen binnen de Haflingerfokkerij.

Ook de Haflingers van de familie Sand zijn de afgelopen jaren steeds rijtypscher gefokt, wat goed te zien is wanneer je de twee dekhengsten van het bedrijf, welke ook dekdiensten verrichten voor particuliere merriehouders, naast elkaar ziet staan; oudgediende Ambach is van een veel zwaarder type dan jongeling None Shall Pass.

Johan blijft er redelijk nuchter onder. “In korte tijd heeft er vershowing van het type plaatsgevonden. Maar de plaatjesfokkerij is wel klaar nu. De makheid is nog steeds top.”

“Fokkerijtechnisch, met het oog op de toekomst, is vooral de beweging belangrijk,” stelt Arjan. “Uiteindelijk moet de gebruiker ermee uit de voeten kunnen.”

De werkdagen op het bedrijf zijn meestal vol en lang. Naast het werk op en om de melkerij dat geklaard moet worden, staan Arjan en zijn ouders veelvuldig met hun paardenmelkproducten op de markt en organiseren ze excursies op het bedrijf. Rijk zal de familie echter niet worden van deze bedrijfstak, ondanks dat de melkerij een uniek product voortbrengt. “Het zal hard werken blijven,” beaamt Arjan. “Deze tak geeft je geen enkele zekerheid.” “Eigenlijk wacht ik nog steeds op een wonder,” besluit Johan, met een grote glimlach.