Tuigpaarden

Verboden voor bolhoeden

Loopt de tuigpaardensport op zijn laatste benen?

Paarden met te grote hoofden, mannetjes met bolhoeden, gekleed in het zwart. Dat is het beeld dat de meeste mensen hebben bij de tuigpaardensport. En helaas niet zonder reden. Het lijkt onbegonnen werk om de sport te verjongen, laat staan te vernieuwen. Maar als er niet snel iets gebeurt, is de tuigpaardensport verleden tijd.

Met haar 27 jaar is Hanneke van Wessel een van de weinige jongelingen die de sport bedrijven. Maar haar enthousiasme is er niet minder om. “Het is onderling een heel gezellige sport,” vertelt ze. “Je bent de hele dag op concours, niet zoals bij een dressuurwedstrijd maar voor een proefje. En er is altijd veel publiek.”

Als dochter van een veehouder met tuigpaarden werd ze al vroeg besmet met het tuigpaardenvirus. Al op veertienjarige leeftijd verruilde ze haar cap voor een hoed en ging de tuigpaardensport in. Met een zoon van Taunita, de fokmerrie en trots van de familie van Wessel. Taunita is een nazaat van Fanita, de merrie waarmee Hanneke’s opa begin jaren zestig zijn fokkerij begon en waar de Fanita Hoeve haar naam aan te danken heeft.

“Fanita is de stammoeder van alle paarden hier. Alle lijnen komen voort uit haar.” Behalve tuigers fokt de familie ook dressuur- en springpaarden. “Ik denk dat we er nu een goede dertig hebben. Niet alles staat hier. Maar 75% zijn toch wel tuigers of dressuurpaarden,” aldus Hanneke.

Hanneke houdt zich vooral bezig met de jonge tuigpaardenmerries op de hoeve. Dagelijks is ze met hen bezig. Ze traint ze aan de longeerlijn, rijdt ze dressuurmatig voor de kar en maakt ze klaar voor de keuring. En dat alles naast een fulltime baan.

Jong KWPN

Daar stopt het niet voor Hanneke. Ook achter de schermen doet Hanneke een hoop voor de sport.

Sinds een paar jaar zit ze in het bestuur van het Jong KWPN, de jongerenvereniging van het stamboek, waar ze zich probeert hard te maken voor het behoud en vooral de toekomst van de tuigpaardensport. Want als er niets gebeurt, bestaat die over een aantal decennia niet meer.

“Vergrijzing is absoluut een probleem in deze sport,” erkent Hanneke. “Het lijkt steeds moeilijker om een rubriek vol te krijgen. Als ik er tien heb, ben ik al blij.”

Daarmee doelt ze op de Young Riders-rubriek, die tien jaar geleden geïntroduceerd werd om jongeren te prikkelen deel te nemen en de vergrijzing tegen te gaan.

De tuigpaardensport is een showsport waarbij het vooral gaat om het plaatje. En daar horen een hoop regeltjes bij, die het voor de jeugd niet altijd aantrekkelijk maken.

Zo kun je pas deelnemen als je in het bezit bent van een speciale rijvergunning. Maar om die te mogen halen, moet je minimaal zestien jaar zijn.

Om een en ander te versoepelen, is er nu de mogelijkheid om al met twaalf jaar deel te nemen, mits begeleid door iemand met een rijvergunning.

En sinds kort wordt er zelfs voorzichtig gespeeld met de kledingcode die van oudsher geldt in de sport.

Hanneke: “Bij de Young Riders hebben we een extra prijs ingevoerd, voor de meest vernieuwende outfit. Het moet nog steeds netjes zijn, maar bolhoeden zijn verboden!”

Voor Young Riders organiseert het Jong KWPN daarnaast trainingsdagen in de winter, waarop de jongeren naar een concoursstal mogen om daar een dag mee te lopen.

Allemaal initiatieven van het Jong KWPN met als doel de tuigpaardensport bij de jeugd onder de aandacht te brengen. De tuigpaardensport is nu eenmaal geen sport waar je makkelijk inrolt, kent geen idolen waar de jeugd warm van wordt en gedurende de wintermaanden zijn er geen concoursen en is de sport dus nagenoeg onzichtbaar.

Belang van de fokkerij

Niet alleen de bok dreigt leeg te raken als er niets gebeurt. Hetzelfde dreigt voor het tuig. Veel eigenaren zijn op leeftijd en stoppen met de fokkerij. Veel goede lijnen sterven dan vanzelf uit.

Om meer beleving te creëren voor de fokkerijwereld, heeft het KWPN een lijst met ‘interessante’ merries opgesteld, waarvan de lijn dreigt uit te sterven. Op die manier wordt gepoogd om die lijnen te behouden en wellicht door te zetten.

Op de Fanita Hoeve zijn die zorgen voorlopig niet nodig. Daar zorgt Hanneke wel voor.

Vol trots stelt ze de paarden voor. Ook oudgediende Taunita (16) wordt geshowd. Terwijl ze zich mooi maakt voor de camera, heeft haar veulen meer aandacht voor de geraniums. “Het is een aparte. En heel eenkennig. Maar een echte vuurvreter,” omschrijft Hanneke de merrie liefdevol.

De paarden van de Fanita Hoeve zijn stuk voor stuk beeldjes om te zien. Ze glimmen als spiegeltjes en vallen op door hun blessen en hoge witte benen. Net als haar opa ziet Hanneke dat nog steeds het liefst: “Tja, dan val je net waar meer op in de ring.”

Behalve hun kleur hebben de jonge merries van de hoeve niet veel overeenkomsten meer met de oude Fanita van toen. Die was een stuk gespierder en zwaarder gebouwd. Niet zo gek, als je bedenkt dat de paarden van weleer overdag hard moesten werken op het land.

De tuigpaarden van nu hoeven dat niet meer. Ze zijn er alleen nog maar voor de sier en hoeven eigenlijk alleen nog maar mooi te zijn.

Door de jaren zijn ze steeds luxer geworden in uiterlijk. Het beenwerk is fijner geworden, de hals hoger en het hoofd allesbehalve groot en lomp. Om een en ander te bereiken, werd er al vrij vroeg binnen de fokkerij gekruist met Hackneys. Ook de opa van Hanneke heeft dat gedaan.

De tuigpaardenfokkerij is niet vies van experimenten en kruiste in navolging daarop al eens met de American Saddlebred, wat de beweging van de dieren niet ten goede kwam.

Mooier en sjieker betekent dan ook lang niet altijd beter. Het gevaar dreigt dat de paarden te ‘splinterig’ worden, ziet ook Hanneke: “Ik vraag me soms wel af hoe ze er over twintig jaar uitzien. We moeten nu ook wel gaan uitkijken voor inteelt binnen de tuigpaardenfokkerij. Er is bloedspreiding nodig.”

Toch wordt er nog wel degelijk goed gekeken of de paarden zich goed bewegen. “Het fokdoel vanuit het KWPN is een hooggrijpende voorhand, maar ook een goed achtertredend achterbeen,” legt Hanneke uit. “En je wilt niet te klein. 1.65 is ideaal. Een goed tuigpaard is in principe ook nog steeds geschikt voor de mensport.”

Ook de Fanita Hoeve heeft een kruising op stal staan. De driejarige Indinita is de dochter van een kruising Fries. “We werden voor gek verklaard. Maar op de laatste Nationale Tuigpaardendag in Ermelo gooide ze hoge ogen, lacht Hanneke.

Het is deze merrie waar Hanneke in de toekomst mee hoopt te gaan schitteren: “Ooit een keer met een eigen fokprodukt op het hoogste podium staan op de Tuigpaardendag, dat zou ik wel heel graag willen.”

Ondanks alle initiatieven steekt het handjevol Young Riders dat Nederland telt, hooguit een dertigtal echt fanatieke rijders, in schril contrast af tot de aantallen jongeren die de dressuur- en springsport bedrijven.

Toch ziet Hanneke het niet somber in. “Zolang er nieuwe aanwas is, is er sport. Maar we moeten wel echt heel veel energie steken in jonge mensen. We moeten eraan blijven trekken.” Ze klinkt vastbesloten. Met vuurvreters als Hanneke voor die kar, zou het moeten lukken.