Vereniging van Traditioneel Gerei

Vereniging van Traditioneel Gerei houdt de historie levend

Een schilderij van Rembrandt wil je ook kunnen zien’

Aangespannen rijden is onlosmakelijk verbonden aan tradities en gewoonten. Menig recreatieve menner houdt deze in ere. Maar de leden van de Vereniging voor Traditioneel Gerei gaan heel wat verder dan pet en schootskleed. Voor hen is het de kunst om het complete plaatje te laten kloppen. Kostuum, tuig en het liefst ook het type paard; álles ziet eruit zoals het 100 jaar geleden was. De geschiedenis komt letterlijk tot leven.

‘Houd het rijdend museum gaande’, luidt het credo van de Nederlandse Vereniging van Traditioneel Gerei, opgericht in 200? Want antieke rijtuigen conserveren is één ding, maar wat is er mooier dan er daadwerkelijk mee te rijden!

Daartoe worden er onder de vlag van de vereniging regelmatig ritten georganiseerd, zodat rijders en publiek kunnen blijven genieten van het bijzondere wegverkeer van vroeger.

Zo ook vandaag.

Het is warm. Heel warm. In de schaduw wacht ik samen met Johann Haasnoot (38), secretaris van de NVTG, de deelnemers van de rit op, georganiseerd door vrijwilligers van het Rijtuigmuseum in het Groningse Leek. De aanspanningen zijn vanmorgen vertrokken vanaf het museum en houden zo direct hun middagpauze.

De koetsier van het achterste van oorsprong Engelse rijtuig krijgt een flesje water aangereikt. Hij draagt een sjieke wollen jas en een hoge hoed. Toch valt het mee met de warmte. “Wol reguleert!,” roept hij vanaf de bok. “Bij kou én bij warmte.”

Zijn vrouw is intussen afgestapt en voor de paarden gaan staan. Ook zij is prachtig uitgedost. Voor de gelegenheid heeft ze zelfs een nieuw jasje aangeschaft. “Maar de jury zou nog genoeg commentaar hebben hoor,” lacht ze.

Alles moet kloppen

De stoet, die halthoudt bij een woonzorgcentrum in Grootegast, trekt veel bekijks. Niet zo vreemd, want de prachtige antieke rijtuigen zijn een lust voor het oog.

Samen met Johann loop ik langs de rij aanspanningen. De bevlogen secretaris kent iedereen en iedereen kent hem. Omdat hij vorige week ook al meedeed aan een rit, heeft hij zijn span Welshjes vandaag thuis gelaten, maar meestal is hij een fanatiek deelnemer die graag zijn uiterste best doet voor een goed jurycommentaar.

Want rijden met een antiek rijtuig alleen is niet voldoende voor een NVTG-rijder. Het gaat om de totale beleving. Het complete historische plaatje moet kloppen.

Een jury, bestaande uit speciaal daartoe opgeleide leden van de NVTG, kijkt vervolgens naar het rijtuig zelf – authentiek of replica, het type tuig, de al dan niet streekgebonden kleding van de koetsier en diens passagiers én of alles wel volgens de traditionele omgangsregels en etiquette van weleer verloopt.

Dat jurycommentaar gaat af en toe behoorlijk ver. Op de kleinste dingen kun je als deelnemer worden afgerekend. Feitelijk is het een klein toneelstukje waar je je aan commiteert.

Maar jurering is niet verplicht. Rijders mogen zelf bepalen of ze alleen willen meerijden of ook langs de jury willen. Niet alle rijders hebben daar namelijk oren naar. Sommigen vinden een dergelijke kritische blik overdreven. Zij willen gewoon een gezellige dag beleven en niet horen dat hun sokken niet passen bij de rest van hun outfit.

Voor Johann is dat element juist wat het rijden met historisch gerei zo bijzonder maakt. “Ik laat me altijd beoordelen,” zegt hij. “Daar leer ik van.”

“Natuurlijk moet een aanspanning voornamelijk veilig en verantwoord zijn,” vindt ook Johann. Een aanpassing hier of daar naar de moderne tijd is dan ook acceptabel, maar “een heel nylon tuig gaat mij een stap te ver.”

Voor hem kan het commentaar niet gedetailleerd genoeg zijn.

Zo deden hij en zijn vriend al eens mee met een gerestaureerde Franse wagen, een… uit .. “Het geheel zag er prachtig uit, maar die dasjes die we droegen, dat ging nergens over,” herinnert Johann zich het commentaar van de jury. “En ik had de draaikrans rood geverfd. Dat was toch niet de bedoeling. Want alles dat beschadigd raakt in het gebruik, hoort zwart.“

Niet voor niets was Johann al eens Nederlands Kampioen. “Als ik het doe, doe ik het goed. Je moet het juist zien als een compliment als ze je gaan corrigeren op de kleine dingen. Dat ik mijn oorbellen nog in heb bijvoorbeeld. Of dat ze je vragen hoe laat het is. Als je dan onwillekeurig op je horloge wilt kijken, betekent dat aftrek. Want in die tijd waren er geen horloges!”

Veel tradities van weleer geven, mits juist uitgevoerd, een hoop informatie over een aanspanning.

Johann illustreert: “Een grijze hoge hoed bijvoorbeeld, dat betekende dat dat de eigenaar was. En die hoorde rechts achterin te zitten. Beslag op galatuigen vertelde vaak van welke adellijke familie het rijtuig was.”

Veel gebruiken komen oorspronkelijk uit Engeland. Zo hoort een schimmel in een tweespan links. “Want dat is beter zichtbaar in het donker,” verklaart Johann.

Plantenbak

Johann, die door zijn oom, een stalhouder, in zijn puberjaren in aanraking kwam met het traditionele gerei, kocht in .. zijn eerste echte antieke koets. “Een Engelse Spider, uit 1889, gebouwd door de befaamde bouwer Mills. Toen ik informatie vroeg bij het Rijtuigmuseum, werd me al snel duidelijk dat ik iets bijzonders had gekocht.”

Intussen heeft Johann naast de Spider nog 2 rijtuigen staan, een Franse.. uit.. en een Engelse Poygg uit.. Én hij is in het bezit van een arreslee.

Restauratie – de Spider had jarenlang als plantenbak gediend, doet Johann grotendeels zelf. “Wat ik niet kan, laat ik doen door de vakman.” Hij benadrukt de historische waarde van de antieke rijtuigen. “Voor het vernuft van toen is het vaak heel vakkundig gemaakt. De schrijfrem bijvoorbeeld; die bestond toen al.”

Op dit moment telt de NVTG zo’n 230 leden, waarvan ongeveer een kwart serieus gaat voor hoge punten van de jury.

Het aantal NVTG-leden loopt nog altijd op. Maar, zoals dat ook voor de tuigpaardensport geldt, betreft het veelal oudere rijders. Jongere aanwas is er nauwelijks, op af en toe een zoon of dochter van een stalhouder na.

Om het rijden met traditioneel gerei spannender te maken voor een jongere doelgroep heeft de NVTG daarom recent een wedstrijdelement toegevoegd. En dat lijkt zijn vruchten af te werpen.

“Door toevoeging van behendigheidsproefjes onderweg hopen we deelname interessanter te maken. We zien wel een toename van het aantal rijders uit de SGW-sport,” aldus de secretaris.

Op internationaal niveau spelen de Nederlanders het spel overigens behoorlijk goed.

“De kennis is hoog, de uitvoering kan vaak beter. Nederlanders steken rustig een bouwmarktparaplu op als het gaat regenen,” glimlacht Johann.

Vriendenclub

In Grootegast worden de lunchpakketten en het water voor de paarden rondgebracht. Een paar vrijwilligers denkt daar een handige oplossing voor bedacht te hebben: winkelwagentjes. Nu zijn de paarden het ratelen van de eigen wagens wel gewend, maar dit is voor een aantal toch wat overweldigend.

Johann toont zich een waardige secretaris en vraagt hen vriendelijk om even heel voorzichtig te zijn met die karretjes in het bijzijn van de paarden.

De NVTG is duidelijk een vriendenclub.

“Iedereen helpt elkaar,” beaamt Johann. “Je kent elkaar en komt elkaar overal tegen. Als we elkaar het licht in de ogen niet gunnen, heeft dat een andere oorzaak,” grapt hij.

Zijn termijn in het verenigingsbestuur zit er binnenkort op, maar Johann is voorlopig nog lang niet uitgereden als NVTG-lid.

“Ik wil graag nog iets bijzonders, een juweeltje. Ik zou nog wel een mooi tweewielig rijtuig met kap willen,” droomt hij hardop. “Je komt op zulke mooie locaties.. Wanneer mag je nou in een kasteeltuin rijden! Hij besluit: “Een schilderij van Rembrandt wil je ook kunnen blijven zien.”

Maar dan wel graag zonder bouwmarktparaplu. En winkelwagentjes!